Jouw aanplant

Begrippen

De begrippen boom en struik

Een boom is een overblijvende plant met een verhoute stam en een kroon (kruin). Er is geen eensgezindheid over de omschrijving van een boom. De meeste definities noemen het bezit van één stam en een hoogte van meer dan vier meter.

Een struik of heester is een houtige plant, die zich onmiddellijk boven of al in de grond vertakt in een aantal takken, die meer of minder dik kunnen worden. Er wordt dus geen stam gevormd. Struiken worden daardoor niet zo hoog als vele boomsoorten.

Onderscheid haag, heg, houtkant en vogelbosje

Een haag is een dichte rij planten die twee maal per jaar geschoren wordt. 
Beuk, gladde iep,  haagbeuk, hulst, meidoorn, sleedoorn kunnen hiervoor gebruikt worden. Je haag kan bestaan uit één plantensoort, of je kiest voor een gemengde haag. Deze bestaat dan uit verschillende soorten. Best kies je voor een hoofdsoort (+/- 60% van het totaal aantal haagplanten). B.v. 60 meidoorn, 10 sleedoorn, 10 hulst en 10 haagbeuk
Een haag bestaat uit 4 planten per meter. Wil je 10 meter haag dan heb je 40 planten nodig.

Een heg is een dichte rij struiken die vrij mogen uitgroeien en die hooguit een keer in de twee jaar worden geknipt en vaak nog minder frequent. Een heg oogt wilder en kan meer bloemen en vruchten dragen. Ze kan ook enkele meters breed worden.
Typische planten voor een heg zijn: Europese vogelkers, Gelderse roos, hazelaar, meidoorn, sleedoorn, sporkehout
Een heg bestaat uit 1 of twee planten per meter, afhankelijk van hoe snel je de heg dicht wil.

Een houtkant is een rij struiken of bomen, soms in 2 à 3 rijen en kan al snel 5 meter breed worden. Om de 5 à 10 jaar wordt een houtkant gekapt. De planten schieten daarna terug uit. Het kappen gebeurt vaak gespreid over een aantal jaren, zodat vogels en zoogdieren altijd een onderkomen en voedsel vinden.
Soorten die hiervoor in aanmerking komen zijn: boswilg, gladde iep, haagbeuk, hazelaar, zomereik, zwarte els

Een vogelbosje bestaat uit besdragende bomen en/of struiken. Een vogelbosje bestaat al snel uit een vijftal soorten.
Soorten die in aanmerking komen zijn: Europese vogelkers, Gelderse roos, hazelaar, hondsroos, lijsterbes, meidoorn, sporkehout, sleedoorn
Een vogelbosje bestaat uit één plant per vierkante meter.

Bosgoed en hoogstamboom

Bosgoed wordt als term gebruikt om bomen en struiken aan te duiden die nog maar twee à drie jaar oud zijn. Deze planten hebben dan een hoogte van 80 tot 120 cm

Hoogstambomen zijn bomen die reeds als boom opgekweekt zijn en minimum 5 tot 6 jaar oud zijn. Deze bomen hebben reeds een lengte van meer dan 2,5 meter.

Fruitbomen

De fruitbomen die we aanbieden zijn hoogstamfruitbomen. Deze bomen hebben een kruin op 1m80. Het zijn sterke streekrassen die weinig ziektegevoelig zijn. Het zijn allemaal zelfbestuivers. Dit betekent dat je ook fruit hebt indien je slechts één boom aanplant.
De bomen zijn 2,50 m hoog en hebben een diameter van 8 cm. Plant de bomen op 10 meter van elkaar.

Soorten

• Appel: Jacques Lebel, James Grieve, Keuleman, Lombaerts Calville, Precoce de Wirwignes (= Directeur Lesage), Reine des Reinettes
• Peer: Beurré Lebrun, Bon Chrétien Williams, Bruine kriekpeer, Conférence, Jefkenspeer, Saint-Remy, Tromphe de Vienne
• Pruim: Opal, Prune de Prince, Reine-Claude d’Oullins, Saint-Cathérine, Wignon
• Kers: Brugse kortsteel, Kordia, Lapins, Schaarbeekse kriek
• Noot: Buccaneer, Zaailing walnoot

Knotwilg

We bieden ook pootstokken wilg aan. Dit zijn stammen die drie meter lang zijn. Deze stammen hebben een diameter van 8 à 10 cm. Je plant ze 80 cm diep. Je doet dit door een gat te boren die iets breder is en plaatst de dikste kant in het gat. 

Knotwilgen plant je om de vijf of meer meter. Voor het juiste beheer kan je onze beheersfiche downloaden.